Incubator circulaire mode-industrie nodig

Begin juli maakten 75 Nederlandse modebedrijven bekend in welke fabrieken zij hun kleren laten maken. Modebedrijven willen maatschappelijk verantwoord produceren waar het gaat om mensen. Ook het duurzamer gebruik van grondstoffen is een terugkerend thema. In de MRA zouden we dat met z’n allen beter moeten organiseren, vindt Paul Jansen.

Grote bedrijven als Adidas, H&M en Inditex, maar ook de Amsterdamse startup Mud Jeans en het Nederlandse Suit Supply ondertekenden in mei tijdens de Copenhagen Fashion Summit de ‘2020 Circular Fashion System Commitment Letter’. Daarin hebben de bedrijven afspraken gemaakt over circulair design, de inzameling en verkoop van gebruikte kleren en het gebruik van gerecyclede textielgarens.

Het convenant is de eerste stap naar een meer duurzame, op circulaire principes gebaseerde modesector. In Amsterdam heeft die sector volop kansen voor een circulaire economie, blijkt uit onderzoek voor gebiedsontwikkelaar SADC. Die kansen moeten we dan wel gecoördineerd aangrijpen. Een versnipperde aanpak kan verstorend zijn voor de sector en voor de bestaande inzameling van textiel.

mode textiel

Mode en textielinzameling sterk cluster

Uit het onderzoek blijkt dat een gezamenlijke plek voor innovatie kansen biedt, vooral voor startups en innovators. Amsterdam kent een goed ontwikkelde modesector zowel op het vlak van ontwerpen, en logistiek als marketing en verkoop. We hebben diverse modeclusters: het World Fashion Center, de Oostelijke Handelskade e.o. en sinds kort de Minervahaven. En grote merken in de regio, zoals Tommy Hilfiger, Nike en G-Star hebben hun eigen campussen.

De regio kent ook grote distributiecentra en Schiphol is voor passagiers en vracht in de mode zeer belangrijk. Binnenkort opent Inditex (o.a. Zara) een zeer groot Europese distributiecentrum in Lelystad. Ook vanuit het perspectief van recycling is de keten van bedrijven gericht op inzameling, sorteren en de verkoop van tweedehands in de textielsector in Amsterdam goed ontwikkeld.

Waar is de incubator voor moderecycling?

Wat mist is een plek waar partijen daadwerkelijk kunnen innoveren, niet alleen qua design, maar ook qua productietechnieken, logistieke modellen en marketing en sales. Campussen als die van Tommy Hilfiger en Nike zijn niet toegankelijk voor de kleinere starter en innovators. Voor – circulair – design geldt dat ontwerpers nog moeten leren hoe ze moeten omgaan en experimenteren met gerecycled garen.

“Er is onvoldoende samenwerking in de sector”

Hoewel we veel innovatie bij de startups en kleinere bedrijven zien, is er op een enkel initiatief na (GoodFashion van C&A) nog weinig samenwerking in de sector. Voor de grote gevestigde partijen kan een plek voor innovatie, die onafhankelijk is van retailconcerns, bijdragen aan de noodzakelijke kennisontwikkeling.

inzameling textiel kleding container

Circulaire businessmodellen onder druk

Een tweede belangrijke conclusie uit het SADC-onderzoek is de kans voor circulaire businessmodellen. In deze modellen wordt het verlengd gebruik, het tweede gebruik, van producten altijd van groot belang geacht. Nederland, en zeker ook de Amsterdamse regio, kent een goed ontwikkelde logistieke inzamelingsstructuur voor gebruikt textiel en kleding. Ongeveer 40% van alle kleding wordt apart ingezameld.

Het verdienmodel van de inzamelaars is afhankelijk van de verkoop van tweedehandskleding. Verkoop van het overige textiel levert weinig tot niets op en kost in geval van verbranding zelfs geld. Dit verdienmodel staat echter onder druk. Allereerst is er sprake van minder onverkochte nieuwe kleding. De grote retailers zijn tegenwoordig zeer goed in het beperken van de stroom onverkochte kleding. En de kleding die onverkocht blijft wordt weggezet via eigen Outlets.

Meer minder bruikbaar textiel ingezameld

Verder neemt het volume minder bruikbare textiel toe. Bizar genoeg om twee zeer verschillende redenen: enerzijds de toename van onbruikbare ‘fast fashion’ (Primark) en anderzijds het toegenomen bewustzijn van de consument (meer textiel wordt apart ingeleverd). Tot slot leiden afspraken in de modesector om mode in te leveren bij de winkel tot verdere verschraling van het textiel dat wordt ingezameld.

Het verdienmodel van de inzamelingssector komt hiermee verder onder druk met meer onverkoopbaar textiel. ‘Meer circulair’ door meer tweede gebruik levert geen oplossing voor het overige textiel. Dat wordt nu deels vervezeld en hergebruikt voor (laagwaardig) isolatiemateriaal en poetslappen. Veel wordt ook nog verbrand. Dit terwijl zowel productie van katoen als kunststofgarens een grote ecologische impact heeft.

Samenwerking mode- en inzamelingketen

Wij menen dat we stappen kunnen zetten door het handels- en logistieke cluster uit te bouwen in samenhang met een modeconcept waar verschillende functies uit de mode- en de inzamelingsketen fysiek bij elkaar worden gebracht. De Metropoolregio Amsterdam zou een koppositie kunnen creëren bij het hergebruik van textiel door de modeketen en de inzamelingsketen beter te verknopen. De opzet van een incubator kan hier grote waarde hebben.

“Verbind de outletsector aan de tweedehands verkoop”

Allereerst ligt er een kans om de outletsector te verbinden aan de tweedehands verkoop van kleren. In de retailsector, binnen gemeentes en bij de nationale inzamelaars wordt hard nagedacht over het verhogen van de toegevoegde waarde van nog bruikbare tweedehands kleding. Kort gezegd: in een vintagewinkel op de Herengracht levert een spijkerbroek meer op dan op een markt in Ethiopië.

MudJeans gaat nog een stap verder door de spijkerbroek zolang mogelijk binnen de eigen klantenkring te houden. Een plaats waar tweedehands mode samen wordt gebracht met de mode die bijvoorbeeld terugkomt uit de e-commerce, kan bijdragen aan het verminderen van de stroom van afgedankt textiel. Ook kan zo’n plaats het verdienmodel van inzameling en sorteren versterken.

garen

Terug naar de basis: spinnen en weven

Een tweede kans betreft het textiel dat niet meer weggezet kan worden in het tweedehands circuit. Textiel is lastig te recyclen vanwege de vele blends. Het is daarmee lastig kwalitatief goed garen na het sorteren en vervezelen opnieuw te spinnen en tot goed textiel te weven. De kennis bestaat wel, maar vooral in het buitenland, in Spanje, Italië, Turkije. Daar is bijvoorbeeld al veel ervaring met de recycling van ‘knipsels’.

Hoogwaardig – gericht op de productie van nieuwe garens – sorteren en vervezelen in de regio is alleen kansrijk als we ook kunnen spinnen en weven. Voor de Metropoolregio Amsterdam is er een uitgelezen kans om hier kennis over op te bouwen. Almere heeft bijvoorbeeld voor het sorteren een uitvraag gedaan, maar ook hier zal de vervolgvraag zijn hoe te vervezelen, spinnen en weven.

Closing the loop

Een ‘closer loop’ waarbij design, sorteren, vervezelen, spinnen en weven kleinschalig en dicht bij elkaar plaatsvindt, biedt kansen om de Amsterdamse regio als innovator op mode- en textielgebied neer te zetten. Diverse startups hebben de kennis al in huis.

Foto: Sylvia Stoedter, Pixabay.com

Alle partijen in de mode krijgen te maken met de schaarste aan grondstoffen en de vraag naar een duurzaam product. De circulaire economie kan disruptief worden voor de huidige modeketen en voor de inzamelingsketen. Maar de businessmodellen van de circulaire economie zijn nu nog niet sluitend. Niet in de modesector zelf en evenmin aan de kant van inzameling, sorteren en hergebruik.

Er bestaat zelfs een risico dat verbeterde inzameling van goede kleding in de modesector het aanbod voor de kledinginzamelaars zodanig doet verschralen dat het separaat ophalen van textiel in de afvalketen niet meer loont. We denken dat een gezamenlijk platform, liefst in de vorm van een fysieke plek, de grote spelers in de mode- en inzamelingssector kan verbinden met de startups en innovators.

Foto’s: Pixabay.com.

Reageer